Kort antwoord: een verhaaltjessom (ook redactiesom genoemd) is een rekensom die in een kort verhaal staat. Je kind lost hem op in zes stappen: het verhaal lezen, de vraag zoeken, de getallen eruit halen, de bewerking kiezen, uitrekenen en controleren. Het rekenen is zelden het probleem; het kiezen van de juiste som wel.
Verhaaltjessommen zijn een groot deel van de rekentoetsen, van groep 3 tot en met de doorstroomtoets in groep 8. Hieronder staan het stappenplan, een voorbeeld per groep en gratis werkbladen om te printen.
Bij elke groep een voorbeeld. Ververs de pagina voor een nieuw voorbeeld. De volgorde van de stof verschilt per methode.
Erbij en eraf tot 20, samen en verschil.
Voorbeeld: Daan heeft 12 knikkers. Hij krijgt er 3 bij van Noor. Hoeveel knikkers heeft Daan nu?
Tip: Krijgt je er iets bij, dan wordt het meer. Tel op.
Antwoord: 15
Tot 100, de eerste keersommen en groepjes maken, soms twee stappen.
Voorbeeld: In de bus zitten 40 mensen. Bij de halte stappen er 5 uit en 7 in. Hoeveel mensen zitten er nu in de bus?
Tip: Doe het in twee stappen: eerst wie eruit gaat, dan wie erin komt.
Antwoord: 42
Tafels, eerlijk verdelen, geld en wisselgeld, minuten in een week.
Voorbeeld: Bram heeft 45 snoepjes. Hij verdeelt ze eerlijk over 5 vriendjes. Hoeveel snoepjes krijgt elk vriendje?
Tip: Eerlijk verdelen is delen. Welke tafel hoort erbij?
Antwoord: 9
Grotere getallen, bedragen met centen, delen met rest, tijd over middernacht.
Voorbeeld: Een fietstocht is 110 kilometer lang. De eerste dag fietst de familie 28 kilometer, de tweede dag 19 kilometer. Hoeveel kilometer moeten ze nog?
Tip: Tel eerst op wat ze al gefietst hebben, en haal dat van de hele tocht af.
Antwoord: 63 km
Korting, verhoudingen (een recept), gemiddelde, snelheid en schaal.
Voorbeeld: Saar haalt voor drie toetsen een 9, een 8 en een 7. Wat is het gemiddelde cijfer?
Tip: Gemiddelde: tel alle cijfers op en deel door het aantal toetsen.
Antwoord: 8
Doorstroomtoets-niveau: procenten, breuken, schaal en snelheid in meerdere stappen.
Voorbeeld: Op een kaart met schaal 1 : 100.000 is een weg 7 centimeter lang. Hoeveel kilometer is de weg in het echt?
Tip: Eén centimeter op de kaart is in het echt de schaal in centimeters. Reken om naar kilometers.
Antwoord: 7 km
Verhaaltjessommen, ook redactiesommen of contextsommen genoemd, zijn rekensommen die in een kort verhaal staan. Je kind moet eerst begrijpen wat er gevraagd wordt en daarna pas rekenen. Daarom combineren ze rekenen met begrijpend lezen.
Het rekenen zelf is meestal niet het probleem. Het lastige is de vertaalslag: uit een verhaal halen welke som erbij hoort. Kinderen die niet vlot lezen of de vraag te snel lezen, kiezen dan de verkeerde bewerking.
Ja. In de rekentoetsen van het leerlingvolgsysteem (zoals Leerling in beeld) en op de doorstroomtoets in groep 8 bestaat een groot deel van de rekenopgaven uit verhaaltjessommen.
Kort en vaak, met een vast stappenplan. Laat je kind de vraag in eigen woorden herhalen en de bewerking kiezen voor het gaat rekenen. Maak ook zelf verhaaltjes bij dingen die jullie meemaken, zoals boodschappen of een autorit.
Oefenen met direct nakijken
In BreinKid oefent je kind verhaaltjessommen op het niveau van de eigen groep, met een tip als het vastloopt en elke keer nieuwe verhaaltjes. Ook goed voor de doorstroomtoets. Probeer het 14 dagen gratis.