Alle keersommen met het antwoord erbij, per tafel een trucje om hem te onthouden, en de sommen waar kinderen het vaakst op vastlopen. Kies hieronder een tafel, of bekijk eerst de complete tabel.
De rij bovenaan en de kolom links zijn de getallen die je met elkaar vermenigvuldigt. Waar ze elkaar kruisen staat het antwoord.
| keer | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 |
| 2 | 2 | 4 | 6 | 8 | 10 | 12 | 14 | 16 | 18 | 20 | 22 | 24 |
| 3 | 3 | 6 | 9 | 12 | 15 | 18 | 21 | 24 | 27 | 30 | 33 | 36 |
| 4 | 4 | 8 | 12 | 16 | 20 | 24 | 28 | 32 | 36 | 40 | 44 | 48 |
| 5 | 5 | 10 | 15 | 20 | 25 | 30 | 35 | 40 | 45 | 50 | 55 | 60 |
| 6 | 6 | 12 | 18 | 24 | 30 | 36 | 42 | 48 | 54 | 60 | 66 | 72 |
| 7 | 7 | 14 | 21 | 28 | 35 | 42 | 49 | 56 | 63 | 70 | 77 | 84 |
| 8 | 8 | 16 | 24 | 32 | 40 | 48 | 56 | 64 | 72 | 80 | 88 | 96 |
| 9 | 9 | 18 | 27 | 36 | 45 | 54 | 63 | 72 | 81 | 90 | 99 | 108 |
| 10 | 10 | 20 | 30 | 40 | 50 | 60 | 70 | 80 | 90 | 100 | 110 | 120 |
| 11 | 11 | 22 | 33 | 44 | 55 | 66 | 77 | 88 | 99 | 110 | 121 | 132 |
| 12 | 12 | 24 | 36 | 48 | 60 | 72 | 84 | 96 | 108 | 120 | 132 | 144 |
De meeste methodes beginnen in groep 4 met de tafels van 1, 2, 5 en 10, omdat die een duidelijk patroon hebben. Daarna volgen 3 en 4. In groep 5 komen de lastigere tafels erbij: 6, 7, 8 en 9. Aan het eind van groep 5 wordt van kinderen verwacht dat ze alle tafels tot en met 10 vlot uit het hoofd kennen. De tafels van 11 en 12 volgen meestal in groep 6.
Dat klinkt als veel, maar het valt mee. Wie de tafel van 2 kent, kent de helft van de tafel van 4 al. Wie 5 keer 8 weet, heeft 6 keer 8 bijna. Elke nieuwe tafel leunt op de vorige, en daarom loont het om er één tegelijk goed in te slijpen in plaats van ze allemaal tegelijk half te kennen. Wat er verder per leerjaar op het programma staat, vind je bij de leerdoelen van groep 4 en groep 5.
De meeste methodes beginnen in groep 4 met de tafels van 1, 2, 5 en 10, en vaak ook 3 en 4. In groep 5 komen de lastigere tafels erbij: 6, 7, 8 en 9. Aan het eind van groep 5 wordt van kinderen verwacht dat ze alle tafels tot en met 10 vlot uit het hoofd kennen. De tafels van 11 en 12 volgen meestal in groep 6.
De tafel van 7 is voor de meeste kinderen de lastigste, omdat hij geen herkenbaar patroon heeft. De sommen waar het vaakst op vastgelopen wordt zijn 7 keer 8 (56), 6 keer 8 (48), 7 keer 9 (63) en 6 keer 7 (42). Juist bij die sommen helpt splitsen: 7 keer 8 is 5 keer 8 plus 2 keer 8.
Kort en vaak. Vijf minuten per dag levert meer op dan een half uur in het weekend, omdat het geheugen groeit van herhaling op veel verschillende momenten. Oefen één tafel tegelijk, door elkaar gehusseld in plaats van netjes op volgorde, en blijf bij die tafel tot de antwoorden zonder nadenken komen.
Dan is het begrip er en ontbreekt alleen het tempo. Dat is goed nieuws, want tempo komt puur van herhaling. Stop met uitleggen en ga oefenen met een klok erbij: hoeveel sommen haal je in een minuut? Kinderen vinden dat vaak leuker dan het lijkt, omdat ze zichzelf zien vooruitgaan.
Ja. Niet omdat rekenmachines niet bestaan, maar omdat het hoofdrekenen erop leunt. Wie bij elke keersom moet nadenken, heeft geen ruimte meer over voor de eigenlijke som. Breuken, procenten, delen en later algebra gaan allemaal veel makkelijker als de tafels er automatisch uit komen.
Bij BreinKid oefent je kind de tafels met een tafeldiploma per tafel: pas als de antwoorden vlot en foutloos komen, is die tafel gehaald. In de spelletjeshal zitten twee spellen die je nu meteen gratis kunt spelen, met elke ronde nieuwe sommen. Liever op papier? Print dan een van de gratis werkbladen.
Probeer BreinKid 14 dagen gratis
Zonder creditcard. Geen reclame, Nederlandse servers, AVG-conform.