Groep 3 is hét leesjaar. Je kind leert de letters, plakt ze aan elkaar tot woorden en leest aan het eind van het jaar eenvoudige boekjes. Hieronder lees je wanneer wat komt, waar het vaak even stokt en wat je thuis kunt doen (zonder er school van te maken).
De eerste letters en klanken. Je kind leert dat een letterteken bij een klank hoort en leest de eerste korte woordjes zoals ik, maan en vis.
Hakken en plakken wordt routine: m-aa-n wordt maan. Steeds meer letters komen erbij en de eerste zinnetjes verschijnen. Rond januari volgt AVI-M3.
Het hakken wordt korter: je kind herkent woordbeelden in één keer. Woorden met twee medeklinkers achter elkaar (stoel, brood) komen erbij.
Vlotter lezen, langere woorden en eenvoudige boekjes. Richtpunt eind groep 3 is AVI-E3. Sommige kinderen zitten daar al boven, andere komen in groep 4 bij.
Methodes verschillen in tempo en volgorde; het programma van de school van je kind is leidend. Zie ook het volledige overzicht van de leerdoelen van groep 3.
Je kind spelt elk woord uit en komt niet tot vlot lezen. In de eerste maanden hoort dat erbij. Wat helpt: hetzelfde stukje twee of drie keer lezen. Bij de tweede keer gaat het al vlotter, en dat gevoel van vlot lezen is precies wat er moet groeien.
Heel gewoon in groep 3 en meestal geen teken van dyslexie. De vormen lijken op elkaar en het brein moet leren dat richting er bij letters wél toe doet. Geef een ezelsbruggetje (de b heeft zijn buik naar voren) en corrigeer rustig, zonder er een punt van te maken.
Je kind ziet de eerste letter en gokt de rest. Dat gaat later mis bij langere woorden. Dek het woord af en schuif het langzaam open, zodat het echt van links naar rechts leest.
Vaak een signaal dat het te moeilijk is of te lang duurt. Ga een niveau terug, kies een stripboek of moppenboek en houd het kort. Leesplezier is geen bijzaak: kinderen die met plezier lezen, maken meer leeskilometers en gaan daardoor sneller vooruit.
Leren lezen kent grote tempoverschillen, en de meeste kinderen die traag starten lopen in groep 4 of 5 alsnog bij. Ga in gesprek als je kind halverwege groep 3 nog nauwelijks letters koppelt, als het lezen na maanden nog steeds spellend blijft, of als je kind lezen actief gaat vermijden. De leerkracht ziet de AVI- en DMT-resultaten en kan beoordelen of extra begeleiding nodig is. Vroeg signaleren helpt; afwachten tot groep 4 kost onnodig tijd.
Digitale oefeningen vervangen geen boeken, maar ze houden letters, klanken en woordherkenning speels op peil. Op BreinKid oefent je kind dat op eigen niveau, zonder reclame: bekijk alle oefeningen voor groep 3 of de taaloefeningen met letters en woorden. Meer over de hele leeslijn lees je op lezen oefenen.
Probeer 14 dagen gratis →Aanvankelijk lezen is de eerste fase van leren lezen, in groep 3: je kind leert de letters, koppelt daar klanken aan en zet die klanken aan elkaar tot woorden. Dat heet hakken en plakken (m-aa-n wordt maan). Zodra dat vlot gaat, volgt voortgezet technisch lezen in groep 4 en verder.
De meeste kinderen lezen rond de kerst korte woorden van drie letters en aan het eind van groep 3 eenvoudige boekjes. Het richtpunt is AVI-M3 rond januari en AVI-E3 in juni. De spreiding is groot: sommige kinderen lezen in november al zinnen, andere komen pas in groep 4 echt los. Beide is normaal.
Lees elke dag tien minuten samen, om de beurt een zin of bladzijde. Laat je kind zelf kiezen wat het leest en stop op een leuk moment, niet als het net misgaat. Blijf daarnaast voorlezen uit boeken die je kind zelf nog niet aankan: dat bouwt woordenschat op, en woordenschat is de motor onder later begrijpend lezen.
Het zijn de twee toetsen waarmee school het lezen volgt. AVI meet op welk niveau je kind teksten vlot en foutloos leest (AVI-Start, M3, E3 en verder). DMT is de Drie Minuten Toets: hoeveel losse woorden leest je kind goed binnen een minuut. AVI gaat over teksten, DMT puur over leestempo en nauwkeurigheid.
Dat is in de eerste helft van groep 3 heel gewoon: het plakken kost tijd. Blijft het lang duren, oefen dan korte woordrijtjes met dezelfde klank en herlees hetzelfde stukje een paar keer (herhaald lezen werkt aantoonbaar). Ziet de leerkracht het ook, dan volgt vaak extra begeleiding. Vermijd druk: een kind dat lezen vervelend vindt, oefent minder en loopt juist verder achter.
Als aanvulling wel, niet als vervanging van echte boeken. Het meeste effect komt van leeskilometers maken: hardop lezen uit een boek. Digitale oefeningen helpen bij letters, klanken en woordherkenning, en ze houden het speels. Op BreinKid oefent je kind dat op eigen niveau, zonder reclame.